Varkens
De toegenomen bigproductie leidt op veel bedrijven tot jonger spenen en een lager speengewicht. Dat pasgespeende biggen een hoogwaardig speenvoer nodig hebben, is bij elke varkenshouder bekend. Maar
wat is de invloed van speenleeftijd en speengewicht op de benuttingscapaciteit en voerbehoefte van de big?
De belangrijkste energiebronnen in zeugenmelk zijn lactose (melksuiker) en vet; in speenvoer is dit zetmeel. Om het speenvoer te benutten moeten vet, eiwitten en zetmeel worden afgebroken tot vetzuren, aminozuren en glucose. Dat is het werk van enzymen, die vooral in de dunne darm en alvleesklier worden geproduceerd. De vet- en aminozuren en glucose worden vanuit de dunne darm in het bloed opgenomen.
In Australië is onderzocht wat de invloed is van o.a. speenleeftijd en -gewicht op de ontwikkeling van het darmkanaal en de enzymproductie. Daaruit blijkt dat de verteringscapaciteit bij vroeg gespeende en lichte biggen nog onderontwikkeld is. Zo hebben biggen die op 28 dagen zijn gespeend een driemaal hogere concentratie van het zetmeelsplitsende enzym glucoamylase in het darmslijm dan biggen op 14 dagen speenleeftijd. Iets soortgelijks geldt voor het eiwitsplitsende enzym trypsine. In combinatie met het zwaardere darmpakket van oudere biggen, zorgt dit voor een veel betere verteringscapaciteit.
De capaciteit om voer te verteren is dus nog volop in ontwikkeling bij pasgespeende biggen. Dit onderstreept het belang van hoogwaardig speenvoer, zeker met de dalende speenleeftijd en de grote variatie daarin die we in de praktijk zien. Daarom verwerkt Hendrix UTD in de Alpha speenvoeders uitsluitend goed verteerbare grondstoffen, zoals ontsloten en fijn gemalen granen en hoogwaardige eiwitrijke grondstoffen en wordt het speenvoer aangevuld.
Lees hier meer over de recente ontwikkeling van speenleeftijd in de praktijk en onderzoeksuitkomsten.
Lees meer over Alpha biggenvoer of vraag de Hendrix UTD-dealer wat de Alpha-voeders op uw bedrijf kunnen betekenen.